De hechte familie van Drukkerij Spijkenisse

Sinds een jaar runnen de broers Marcel en Patrick Jacobs Drukkerij Spijkenisse, gegrondvest door hun vader. Van de elf werknemers dragen er vier de achternaam Jacobs. Ook vader en moeder zijn nog regelmatig op de zaak te vinden. Hoe run je een onderneming met een dergelijke hoge ‘familie-dichtheid’?

De broers Marcel en Patrick Jacobs, de huidige directeuren van Drukkerij Spijkenisse, zijn nog dertigers. Toch heeft het grafische vak hen al gepokt en gemazeld. Bij het afscheid van hun vader vorig jaar – tevens 25-jarig jubileum van de drukkerij – konden ook zij terugkijken op een carrière bijna zo zilver als de zaak zelf. Want Jacobs senior mag de grondvester zijn van de handelsdrukkerij, zijn zoons werkte vanaf de eerste dag met hem samen. ‘Het bedrijf was aanvankelijk een bijverdienste van mijn vader’, vertelt Marcel Jacobs, de oudste van zeven kinderen Jacobs. ‘De zaken gingen goed en de hoeveelheid werk groeide. Mijn vader moest een beslissing nemen: stoppen of kiezen voor een fulltime ondernemersschap. Hij wilde best een eigen zaak opzetten maar alleen als wij bij hem zouden komen werken. Hij wilde het niet alleen doen en voor personeel was nog geen geld. Wij voelden er wel voor.’ Ook mevrouw Jacobs ging de uitdaging van het ondernemersschap aan. Zij runde de kantoorboekhandel die de familie in de eerste jaren had. Later was zij verantwoordelijk voor de administratie en receptie van de drukkerij.

Vreemde ogen dwingen
Marcel en Patrick waren respectievelijk zeventien en zestien jaar oud toen zij in de zaak begonnen. Patrick Jacobs begon meteen. ‘Ik nam op vrijdag mijn diploma werktekenen in ontvangst en begon de maandag erop in de drukkerij.’ Marcel verruilde zijn studie elektronica voor de grafische school. Zijn stage liep hij elders. ‘Vreemde ogen dwingen’, licht hij toe. ‘Het is goed om bij een ander te werken. Bij familie ben je geneigd te denken dat alles mag.’
De jonge broers woonden nog thuis en zouden ook als twintigers lang bij hun ouders blijven wonen. Marcel: ‘We hebben de eerste 10 jaar gewerkt voor kost en inwoning. Ons loon belandde in een portemonnaie waarmee we diverse investeringen zouden kunnen doen. Het is inderdaad geen alledaagse constructie. Wij vinden het heel logisch. We zijn toch familie! Ons loon is zo binnen het bedrijf gebleven en toen we vennoten werden, hadden we al een stuk eigen vermogen.’
Het familiebedrijf specialiseerde zich in handels-, reclame- en familiedrukwerk. Als enige drukker in Spijkenisse groeide het bedrijf snel. Het eerste bedrijfspand, een oude schuur, werd snel te klein. In de loop der jaren verhuisde het bedrijf vier keer. ‘De muren stonden steeds bol’, zeggen de broers. ‘Het werk is gegroeid, het aantal vierkante meters verdubbelde. Het aantal medewerkers is echter niet evenredig meegegroeid. We doen steeds meer met minder mensen. We werken nu met elf mensen, onszelf incluis.’
De meeste werknemers werken ruim tien jaar in het familiebedrijf. Patrick: ‘We zijn allemaal ongeveer even oud. Toen ik zestien was, was de offsetdrukker 24. Dat is niet even gemakkelijk wat gezag betreft. Vooral toen wij directeur werden.’

Vanzelfsprekend
De broers vormen een prima paar brothers in business. Lijken doen zij niet op elkaar, wel delen zij eenzelfde gevoel voor humor. Hun visies, vertellen ze, zijn in beginsel niet gelijk maar uiteindelijk komen zij toch altijd tot eenzelfde gezichtspunt. Ook in de relatie ten aanzien van hun vader, verschillen zij. Marcel had nooit een probleem met de manier waarop senior zaken deed. Patrick daarentegen wel. ‘We hebben veel meningsverschillen gehad’, bekent hij. ‘Maar, het kwam altijd goed.’ Volgens Patrick werden de problemen veroorzaakt door het feit dat hij veel op zijn vader lijkt. Een andere oorzaak zoekt hij in de vanzelfsprekendheid waarmee de oudste binnen een familiebedrijf gelijk krijgt. Patrick: ‘ Als je andere ideeën hebt, worden toch de ideeën van de oudste als de beste beschouwd. De vanzelfsprekendheid waarmee dat gebeurt, heb ik altijd moeilijk gevonden. Het zijn dingen die het familiebedrijf je min of meer oplegt.’ Toch kijkt hij met genoegen terug op de jaren tijdens welke zij samenwerkten.
In 1998 nam Jacobs na 25 jaar afscheid van zijn zaak. Zoals veel voormalige directeur-eigenaars is Jacobs nog regelmatig op de zaak te vinden. Zijn bemoeienissen met de huidige activiteiten zijn verwaarloosbaar klein. Hoewel de nieuwe directeuren de door senior opgezette bedrijfsvoering volgen, doen zij uiteraard een aantal zaken anders. Dat heeft veel te maken met het onrustige vaarwater waarin grafische ondernemingen zich bevinden. De broers willen een eendrachtig en sterk bedrijf creëren. De (technische) ontwikkelingen in de grafische sector gaan immers hard. Jacobs kiest voor een digitale toekomst. ‘We zijn te klein om grote volume-orders binnen te halen. Daarom specialiseren we ons in kleine oplagen. We willen vooral problemen oplossen en communiceren met de klant. Drukken is meer dan alleen inkt op papier smeren. Nee, we willen ons niet bij een groep aansluiten maar zelfstandig blijven alhoewel we ons kunnen voorstellen dat bedrijven voor een groep kiezen, gezien de hoge investeringen. Maar wij willen ons vooral richten op de perfectie. Vroeger kon je aan het vakmanschap nog zien of je te maken had met een goede drukker. Nu hebben photoshop en quark express het grafisch vakmanschap goeddeels vervangen. Je kunt je nog moeilijk onderscheiden. Alles verandert in processen. Daarom is het behalen van het ISO-certificaat zo belangrijk!’
Vorig jaar zijn de drukkers uit Spijkenisse met het traject begonnen. Zij vinden het een goed traject om de onderneming op doordachte wijze de 21e eeuw in te loodsen. Er zijn ook andere motieven. ‘We moeten een ISO-certificaat hebben om als professionals in de grafische industrie mee te blijven draaien’, constateert Patrick. ‘Veel bedrijven willen eenvoudigweg geen zaken met je doen wanneer je niet gecertificeerd bent. ISO-gecertificeerde bedrijven denken anders, wij willen dat ook. We hebben een kwaliteitstrainer in huis gehaald, werkgroepen ingesteld en zijn alle activiteiten gaan beschrijven.’
Drukkerij Spijkenisse hoopt eind van dit jaar het certificaat te ontvangen. De gevolgen van de kwaliteitstrainingen zijn nu al voelbaar. Patrick: ‘De onderlinge communicatie is verbeterd. Dat is erg belangrijk, zeker in ons bedrijf waar bijna de helft van de werknemers Jacobs heet! Ook de motivatie is verbeterd; die was een tijdje terug vèr te zoeken. Ieder weet nu precies wat de ander doet en wat men van elkaar mag verwachten. De verantwoordelijkheden zijn verdeeld.’

Verjaardagen
Veel familiebedrijven hebben moeite privé en de zaak van elkaar te scheiden. Op verjaarsfeesten komt niet zelden ‘de zaak’ op de tafel. Familie Jacobs vormt hierop geen uitzondering vertellen de broers. Het is niet altijd even leuk voor de andere medewerkers van Drukkerij Spijkenisse; soms is het onbedoeld alsof de onderneming uit twee kampen bestaat: familie en geen familie. Naast Marcel en Patrick werken ook zus Caroline en broer Richard in de zaak. De eerste neemt de administratie en receptie voor rekening, de laatste werkt op de afwerk-afdeling en stuurt het digitale printwerk aan. Daarnaast doet broer Paul de boekhouding, al heeft hij een andere baan. Tenslotte zijn ook Jacobs senior en zijn echtgenote nog regelmatig op de zaak te vinden. Wat Patrick betreft moeten er dan ook niet meer Jacobsen bijkomen. ‘Het is zeker niet altijd even gemakkelijk’, geeft Patrick toe. ‘Men ziet je toch snel als een blok en dat kan een goed functioneren al snel in de weg staan.’ Marcel: ‘Het zijn de verborgen nevenaffecten van het familiebedrijf. In de mindere tijden komen dat soort gevoelens bovenborrelen.’
Wat vinden zij zelf van de familieband? Patrick: ‘De loyaliteit tussen familieleden is groter alhoewel je het niet moet overdrijven. Maar: je weet beter wat je aan elkaar hebt.’ Marcel: ‘Je kent elkaars handleiding want je komt uit hetzelfde nest. Je hebt dezelfde humor maar kunt elkaar ook eens goed uitschelden.’ Met je familie, zo vatten de broers samen, ‘kun je wat ruimer omgaan.’

(Eerder gepubliceerd in Het Grafisch Weekblad, 1999)

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *