Het pensioen van Hexspoor

De heren Hexspoor, vader Gerard en zoon Silvan, praten graag over het fenomeen familiebedrijf en vooral over de technische aspecten van een geslaagde overname. In deze aflevering onder meer het vergeten pensioen en de treurnis van het te oude zoontje-van-de-baas.

Silvan Hexspoor (31) volgde 1 januari 1997 zijn vader op als algemeen-directeur van Binderij Hexspoor in Boxtel. Dat gebeurde bepaald niet ondoordacht. Er werd een blik adviseurs opengetrokken dat het managementteam, vader en zoon incluis, onderwierp aan kritische en zelfreflecterende onderzoeken. Eerst haalden de Brabanders onderzoeksbureau GITP in huis dat de topstructuur doorlichtte. Vervolgens schakelden de BDO-Camps-Obers in dat mocht uitpluizen hoe de opvolging het best geregeld kon worden. En dat allemaal rond de thema’s: doen we het wel goed? En: Is the coming man wel capabel?

Zoon Silvan werd ook psychologisch getest en tenslotte zwaar genoeg bevonden voor de functie van algemeen-directeur van de binderij. Senior: ‘Het bedrijf is dusdanig gegroeid dat het toe was aan een andere manier van leiding geven die niet de mijne was. Ik heb in de afgelopen vijfentwintig jaar nooit een functioneringsgesprek gevoerd, controleerde nooit benzinebonnen. Ik zet graag nieuwe dingen op maar ben geen regelaar.’ Zoon Silvan vult aan: ‘Gerard is een pionier en laat de uitvoer aan anderen over. Hij gelooft het wel. Nou, ik geloof het helemaal niet.’

Constructie
Een fiscalist wees hen op de gangbare vader/zoonconstructie. De binders uit Boxtel noemen het een ideale manier om de bedrijfsoverdracht onder complicaties te regelen. Althans in hun geval. Want naast de binderij heeft de familie nog drie andere bedrijven: het European Call Centre, Otabind International (verzorgt wereldwijd de verkoop van het door Hexspoor gepatenteerde otabindsysteem) en het Internet Facilitair Bedrijf. De werkmaatschappijen vormen samen de Hexspoor Holding waar zo’n 160 mensen werken.
‘Gerard en ik hebben samen een nieuwe BV opgericht, een business-unit van de holding,’ legt Silvan uit. ‘We hebben de gehele balans, alle bezittingen en schulden, van de binderij in deze nieuwe BV gebracht. Ik heb 5 procent van de aandelen, de overige 95 procent heeft Gerard. Alle winst die we genereren in de nieuwe binderij, is ook van die binderij.’ Gerard: ‘het is een manier voor Silvan om met de binderij zoveel geld te creëren dat hij over drie jaar een groot gedeelte van de inbreng kan betalen.’ Silvan: ‘Het zijn cumulatief preferente aandelen: ze worden dus niet meer waard. Want stel je voor dat ik vreselijk mijn best doe en de zaak is over drie jaar veel meer waard geworden, dan zou ik meer moeten betalen dan nu. Ik moet Gerard ook een soort vergoeding betalen aangezien hij de aandelen in die nieuwe BV heeft gebracht en hij zo zijn geld beschikbaar stelt om mij mijn geld te laten verdienen. Ieder jaar moet ik 7 procent van zijn ingebrachte kapitaal aanbetalen, na belasting. De rest mag ik houden. Zo’n constructie moet minimaal drie jaar bestaan. Over drie jaar heeft de nieuwe BV zoveel geld verdiend dat ik daarmee een groot deel van Gerards aandelen kan kopen en ben ik directeur-grootaandeelhouder.’

Continuïteit
Verhalen van mensen die een overname binnen een jaar regelen, vinden ze onwaarschijnlijk. Senior: ‘Misschien kan dat als je minder werkmaatschappijen hebt dan wij. Misschien kun je dan een korte klapper maken. Maar daar komen, denk ik, altijd participatiemaatschappijen en bankiers aan te pas. Ik zet er mijn vraagtekens bij. In mijn ogen dien je vier of vijf jaar voor de overname je plan klaar te hebben. En wij doen nou wel of de overname is afgerond, maar we hebben natuurlijk nog drie jaar te gaan.’ Zijn zoon: ‘Deze constructie waarborgt de continuïteit van het bedrijf. De vader/zoonconstructie heeft namelijk een vangnetje. Want stel nou dat ik er niets van bak, dan is er niets aan de hand want Gerard heeft alle aandelen nog in handen. Wel zal hij op zoek moeten gaan naar een andere overnamepartner. Zo wordt voorkomen dat een mislukt avontuur voor rekening komt van personeel, echtgenotes of familieleden.’Silvan: ‘Ik slaap goed, ook al heb ik de verantwoordelijkheid voor 80 mensen.’

Gevraagd
Vader Gerard heeft zoon Silvan gevraagd om in de zaak te komen. Eerder had hij de leden van het managementteam gepolst maar die zagen het ondernemerschap niet zitten. Silvan: ‘Toen benaderde Gerard mij. Ik ben alleen in de zaak gekomen met het idee dat ik het bedrijf zou overnemen, anders had ik het niet gedaan. Het was geen eenvoudige beslissing; ik had immers zelf meegemaakt hoe het is als een vader een eigen bedrijf heeft. Gerard was nooit thuis en als hij wel thuis was, had hij zijn werk meegenomen. Het is voor je privé-leven een flinke verandering. Dat moet je thuis goed doorspreken.’ Zijn vader, lachend: ‘Tot over 25 jaar!’ ‘Dan zien we elkaar in Spanje’, vult Silvan aan.
Toen Silvan zijn besluit had genomen, had hij geen enkele ervaring in de grafische sector, net als Gerard die ook groen de branche binnenstapte. Silvan: ‘Er waren twee mogelijkheden. Ik kon ergens stage lopen zoals het zoontje van de directeur meestal doet voor hij het familiebedrijf overneemt. Maar onze commercieel-directeur wilde dat niet. Hij zei: “Als Silvan elders stage loopt, kan ik niet goed zien of hij het wel kan, wat voor vent hij is en hoe hij reageert in diverse omstandigheden.” De andere mogelijkheid was gewoon solliciteren. Dat heb ik gedaan toen er een vacature vrijkwam. Ik vond het een goede keuze: mij werd niets opgedrongen en de medewerkers dachten niet: “oh daar heb je het zoontje van de baas.”’

Vitaal
Na twee jaar op de afdeling verkoop te hebben gezeten werd Silvan bedrijfsleider. Na nog eens twee jaar was hij klaar voor de overname. Gerard, stellig: ‘Voor mij was het dus tijd om te gaan. Je moet de zaak uit als je opvolger rijp is voor de overname, ook als je zelf nog vitaal bent. Als die gozer staat te dringen, een goede opleiding heeft en ervaring, zeg dan niet: “ik voel me nog goed, wacht nog maar vijftien jaar.” Dan is hij weg of heeft geen zin meer. Je ziet nogal eens dat pa een zoon heeft rondlopen van 48 die dan pas de zaak mag overnemen. Dat is idioot, junior is 48 en moet nog aan pa vragen of hij een nieuwe stoel mag kopen…’
Aangezien Gerard nog niet achter de geraniums wil gaan zitten en bovendien van nieuwe dingen houdt (‘als je een jaar niets nieuws hebt gedaan, is dat een verloren jaar’), heeft hij een nieuwe werkmaatschappij opgezet, het Internet Facilitair Bedrijf. Aanvankelijk deelden vader en zoon hetzelfde pand en scheidden glazen ramen hun activiteiten. Gerard: ‘Ik zag Silvan dagelijks in de weer met mijn oude relaties. Het is dan toch wel erg moeilijk om je niet met de zaken te bemoeien. Mede daarom heb ik de nieuwste activiteit onlangs in een ander pand ondergebracht.’ Vader en zoon willen elkaar koste wat kost niet in de weg ritten want twee kapiteins op één schip vinden ze maar niets. In de woorden van senior: ‘Ga niet met z’n tweeën zitten knoeien.’

Pensioen
Vader en zoon Hexspoor hebben, vinden ze, hun zaakjes prettig geregeld. Gerard had dan ook een wijze les geleerd van de manier waarop hij, nu ruim vijfentwintig jaar geleden, de zaak van zijn vader overnam. ‘De man had geen pensioen geregeld. Dat was hem niet echt aan te rekenen want in die tijd, na de oorlog, regelde niemand dat goed. Het was belangrijker dat er brood op de plank kwam. Maar als er geen regeling is, ontstaat er al gauw een conflict over de besteding van het geld. De vader wil op de valreep zijn pensioen nog regelen, terwijl de zoon nieuwe machines wil kopen of investeringen wil doen. Gigantische problemen kunnen ontstaan, want je kunt je geld maar één keer uitgeven. Bij ons werden de problemen met een “hoop juristerij en bankiers” opgelost,’ aldus Gerard. De les die de ondernemer hieruit trok was: ‘haal het pensioengeld uit de zaak, niet alleen boekhoudkundig – zoals veel ondernemers doen – maar ook fysiek door een aparte rekening te openen. Les één van een geslaagd overname is financiële onafhankelijkheid van de persoon die je bedrijf overneemt. Anders blijf je onrustig en wil je ieder maand toch “even” de cijfers zien.’

(Eerder gepubliceerd in Het Grafisch Weekblad, 1998)

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *