Het verzet van Drukkerij Van Wijk

Oostzaan is al bijna 100 jaar de bakermat van Drukkerij Van Wijk. Het bedrijf kijkt terug op een bewogen verleden met een handvol downs — een oorlog, een watersnood en een verwoestende brand — en heel veel ups: 97 mooie jaren familiebedrijf. Inmiddels staat de vierde generatie aan het roer.

In zijn kantoor aan de Kerkstraat in Oostzaan heeft Egbert van Wijk (60) de fotoboeken die de geschiedenis van de familiedrukkerij vertellen, voor zich liggen. Egbert vierde recentelijk zijn 60e verjaardag groots door 275 relaties de eenakter ‘Rembrandt, een portret’ aan te bieden. “Rembrandt werkte met kleuren, wij ook”, zegt de Oostzaner met trots. Want Egbert is dankbaar dat zijn bedrijf rotsvast overeind staat in het kleine Oostzaan. Aan de natuur heeft de familie het zeker niet te danken. De ene keer (1916) was het het wassende water dat het onderkomen aan de Kerkstraat tot de nok toe onderdompelde, de andere keer (1981) was het een verwoestende vuurzee die het pand geheel in de as legde. Op dezelfde locatie bouwde de familie het huidige bedrijfspand. In de entree staat een antieke drukpers die de brand heeft overleefd. Egbert: “Die pers is van gietijzer en heeft etmalen lang moeten afkoelen. Gloeiend rood was hij!”

Albert Heijn
Egbert houdt van de historie van zijn bedrijf en met recht. Want behalve het vele fotomateriaal uit het begin van deze eeuw, is ook de overlevering op schrift de moeite waard. Terwijl zoon Ruben (27), sinds juli 1997 mede-directeur, regelmatig het gesprek moet onderbreken voor zaken, vertelt zijn vader over het begin. “In 1900 begon mijn opa Arend samen met een compagnon zijn drukkerijtje. Mijn opa had twee specialismen: apothekerszakjes en visitekaartjes. Het was toen de gewoonte om familie en bekenden met de feestdagen geen wenskaart te sturen maar een visitekaartje. Met kerst was het dus altijd topdrukte, dan was iedereen druk in de weer om de grote vellen klein te snijden. En voor het vouwen van de apothekerszakjes deed mijn opa een beroep op de vele thuiswerkers die Oostzaan telde.”
Egbert heeft grote bewondering voor de werkkracht van zijn grootvader. “Mijn opa woonde in Zaandijk, acht kilometer hier vandaan. Iedere dag kwam hij te voet. Hij vertrok om 04.30 uur van huis en keerde ‘s avonds om 20.00 uur weer huiswaarts!”
Om de hoek van de drukkerij van Arend van Wijk zat een klein kruideniertje, gerund door ene Albert Heijn. “Mijn opa had een opslagloods van Albert Heijn gehuurd en bouwde hier zijn bedrijf. Later heeft hij de grond gekocht.”
In de oorlog werden op de persen van Van Wijk edities van de verzetskranten Trouw en de Luistervink gedrukt. “Als de persen aan werden gezet, had het hele elektriciteitsnet van Oostzaan een dip”, vertelt Egbert die zeer trots is op dit deel van de familiehistorie.

In 1943 overleed Arend. Drie zoons stonden klaar om hun vader op te volgen. Twee zouden uiteindelijk het bedrijf ingaan, maar de derde, de vader van Egbert, koos voor een andere werkkring. Egbert: “Mijn vader zag het niet zitten om met z’n drieen het familiebedrijf te runnen. Hij vond dat dat niet kon. Nee, hij geloofde er niet in dat drie neuzen dezelfde kant op zouden wijzen. Mijn vader bleef wel binnen de grafische de sector werkzaam, hij vond emplooi bij de Federatie Werkgevers in het Boekdrukkersbedrijf, de voorloper van het KVGO.”
Egbert zelf gelooft evenmin in een twee- of driekoppig leidersschap. Hij liet zelfs op papier zetten dat hij de enige zou zijn die aan het roer zou komen te staan na de overname, ook al hadden zijn neven te kennen gegeven geen trek te hebben in het ondernemersschap. “We willen gewoon niet dat er ellende ontstaat”, zeggen vader en zoon eensgezind. Egbert: “Ik heb nog twee andere zonen, ik heb ze uitgelegd dat Ruben het bedrijf voortzet. Gelukkig willen zij ook niet! Nee, we hebben dat goed geregeld.”

Baas van de dag
Egbert nam in 1966 naast zijn oom op de directiezetel plaats. Toen deze in 1969 overleed, vroeg hij zijn vader terug in het familiebedrijf te komen. Op 65-jarige leeftijd kwam senior in loondienst bij zijn zoon. “Mijn vader woonde dichtbij, in Zaandam, en had er gewoon zin in. Hij was vroeger heel actief bij het KVGO, gaf calculatiecursussen door het hele land. Hij heeft daarna twaalf jaar hier gewerkt. Veel klanten herinneren zich mijn vader. Hij reed namelijk geen auto en ging gewoon op de fiets, ook in de regen, naar onze klanten. Zijn werk was een enorme hobby van hem. Ik vond het fantastisch om met hem samen te werken.”
Egbert herinnert zich zijn eerste tijd als directeur nog goed. Hij was 30 en “een jonge snuiter”, zegt hij. “Ik was jong en moest de aandeelhouders ervan overtuigen over te schakelen van de boekdruk naar de offset. Dat moest om te overleven. Ik kreeg het niet gemakkelijk voor elkaar, er waren flinke tegenwerkingen. En het personeel was in mijn ogen stokoud, nou, rond de vijftig jaar. Op een dag zei de eerste drukker tegen me: ‘Oh, ik wist niet dat jij het voor het zeggen had…’ Ik moest als jonge directeur flink opboksen tegen de gang van zaken. Pas toen ik het overwerken, wat zó normaal was geworden dat zelfs het budget er op was ingesteld, ging aanpakken, zei men: ‘dat is ‘m dus, de directeur!’” En die directeur werd twee jaar geleden in het radioprogramma Arbeidsvitaminen verkozen tot baas van de dag en later die week zelfs tot baas van de week.

Eeuwwisseling
En nu heeft zoon Ruben het hoogste woord. Hij is de vierde generatie van Van Wijk en roerde altijd flink zijn mondje, zoals hij zegt. “Mijn lagere school lag hier om de hoek. Ik mocht van mijn vader alleen in de drukkerij komen als ik mijn handen op mijn rug hield. Na mijn havo heb ik de grafische MTS gedaan, aangevuld met de HTS-opleiding Grafisch Management.” Alles bij elkaar op geteld heeft Ruben heel wat jaren op de schoolbanken gezeten. Daarnaast liep hij ook een aantal stages. Heeft hij veel aan zijn scholing? “Hoe meer ik studeerde, hoe moeilijker het werd”, bekent hij. “De MTS komt neer op veel techniek en weinig management. Ik wist toen al dat ik in het familiebedrijf wilde gaan. Maar op de HTS wilden de meeste studenten als manager in een groot bedrijf werken. Ik ging twijfelen: wil ik dat of wil ik toch liever mijn vader opvolgen? Van mijn vader hoefde het niet. Die zei: ‘begin er maar niet aan.’ Mijn vader en ik hebben over en weer brieven geschreven. Ik realiseerde mij dat als ik in een grote organisatie zou gaan werken, ik zou beginnen op de orderafdeling en dan bedrijfsleider zou worden. Maar ik had ook de kans een familiebedrijf van 97 jaar over de eeuwwisseling heen te tillen! Mijn besluit stond toen vast.” Zijn vader: “Nu vind ik het geweldig: de vierde generatie Van Wijk!”

Coach
Vader Egbert, die drie jaar geleden het Grafisch Milieuzorgstempel en dit jaar de Milieu Veer ontving, vindt het leuk dat zijn zoon bij hem te rade gaat. “We overleggen zaken. Het is niet zo dat Ruben mij vraagt: ‘wat vind jij dat ik moet doen?’ Dat zou ook niet goed zijn want ik heb toch een zekere bedrijfsblindheid gekregen. Op oudere leeftijd wordt je scherpte als ondernemer nou eenmaal minder.” Behalve zijn vader heeft Ruben nog een praatpaal, een directeur van een groot bedrijf uit een totaal andere branche. “Dat is goed”, vindt Ruben. “Een graficus zal je nooit de vraag stellen ‘waarom druk je eigenlijk nog?’.”
Ondanks al zijn scholing heeft Ruben het plan zich te laten begeleiden door een projectbegeleider van Stivako, het opleidingsinstituut van het KVGO. “Soms zeg ik dingen te hard of vind ik het moeilijk zaken met anderen te bespreken. Ik vind het goed als een buitenstaander mij coacht, iemand die zegt ‘wat doe je nou?!’. Want hoe je met klanten om moet gaan of hoe je je als directeur moet opstellen, leer je niet op de MTS of HTS. Natuurlijk leer je veel in de praktijk maar niet alles.”

(Eerder gepubliceerd in Het Grafisch Weekblad, 1998)

1 reply
  1. Martijn
    Martijn says:

    Een zeer indrukwekkend verhaal, wat deel uitmaakt van de Oostzaanse geschiedenis. Chapeau….

    Reply

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *