Donkervoort Automobielbedrijf

Het verhaal leest als een jongensboek: jongen houdt van auto’s, zoekt emplooi in de branche om uiteindelijk zijn eigen auto te bouwen. Joop Donkervoort bouwde twintig jaar geleden zijn eerste Donkervoort. Samen met zijn vrouw Marianne bouwen, racen en runnen zij Donkervoort Automobielbedrijf, Neerlands enige zelfstandige automobielfabrikant — een boek dat alleen met medewerking van de partner geschreven kan worden.

In het schitterende Loosdrecht, tussen bochtige wegen, groene velden en waterlanden, daar waar je het niet zou verwachten, heeft Joop Donkervoort zijn bedrijf gevestigd. In een boerderij met aangebouwde schuren bouwt hij, met een groeiend team medewerkers, zijn eigen Donkervoort. De Donkervoort D8 is de jongste auto die uit de Loosdrechtse autohal rolt.
Donkervoort senior was ondernemer en eigenaar van de ENFM: de Eerste Nederlandse Fabriek voor Manometers in Schiedam. ‘Maar’, vertelt Joop Donkervoort, ‘dat was niet mijn toekomst. Mijn vader runde de fabriek met drie broers en er waren nogal eens strubbelingen. Ik had helemaal geen zin om hem op te volgen, mijn broer evenmin. Uiteindelijk heeft een neef de fabriek overgenomen.’

Auto’s
Joop wilde liever in de auto‘s. Toch denkt hij niet dat zijn fascinatie voor auto’s groter was dan die van andere jongens. ‘Maar’, zegt hij dan, ‘als ik mijn schoolschriften van vroeger zie… ze staan helemaal vol getekend met auto’s. Mijn moeder zei wel eens dat mijn eerste woord niet “pap” was maar “auto”. De adolescentie eenmaal ontgroeid, wist Joop Donkervoort zeker dat hij auto’s wilde gaan ontwerpen.
De autofabrikant volgde een opleiding aan de IVA in Driebergen en werkte voorts tien jaar voor achtereenvolgens DAF, Renault en Dynasafe, in zowel technische als commerciële functies. Toch trok het ondernemerschap hem meer. ‘Ik had moeite om te presteren voor anderen’, zegt hij. ‘Ik wilde liever voor mijzelf werken.’ In zijn vrijetijd was Donkervoort voortdurend met auto’s bezig. Hij kocht, knapte op en verkocht. Zijn hobby nam serieuzere vormen aan toen hij een bouwpakket kocht van de Lotus 7. ‘Ik wilde graag zelf een auto bouwen. Aangezien ik enkele dingen niet goed vond aan het bouwpakket, heb ik aanpassingen aangebracht. Ook wilde ik de carrosserie veranderen. De importeur wilde die veranderingen wel doorvoeren maar de fabrikant niet.’

Lotus 7
Niet veel later kon Donkervoort het importeurschap van de Lotus 7, Caterham, overnemen. Het was pure liefde voor het product. ‘Achteraf bezien was de aankoop een lege huls en niet goed door ons voorbereid. De Lotus 7 mocht eigenlijk niet rijden op de Nederlandse wegen, het werd slechts oogluikend toegestaan. Ik had veel geld verloren en stond voor de keuze: verkopen of proberen er iets van te maken.’ Donkervoort, toen 28 jaar, koos voor de laatste optie. Hij stapte met zijn plannen naar de TU in Eindhoven om een nieuw chassis te laten ontwerpen. ‘Met de TU achter mij zou ik het vertrouwen van de Rijksdienst voor Weg- en Verkeersvervoer sneller winnen. De chassis is de basis van een auto, het is dan ook belangrijk dat het ontwerp goed is.’ Een jaar na de overname, eind 1979, reed de eerste Donkervoort de garage uit, de Donkervoort S7.
‘Ik wilde natuurlijk het liefst dat hele volkstammen zouden opstaan en zeggen: geef mij ook zo’n Donkervoort! Maar zo werkt het natuurlijk niet. Er is een bescheiden markt voor een auto als deze. Daarom zijn we van meet af aan over de grens gaan kijken en zijn naar Belgische, Duitse, Franse en Zwitserse beurzen gegaan.’ ‘Het waren hele grote stappen’, weet Marianne. ‘Vooral de eerste beurs, de Autosalon in Brussel, was spannend. Je hoopt toch op bestellingen.’

Bestellingen
En die kwamen. De eerste bestelling die het echtpaar Donkervoort in hun boeken kon noteren, was inderdaad een Belgische. De klant koos voor de bekende uitstraling van het model, duidelijk geënt op de Britse Lotus 7, en voor de kwalitatieve verbeteringen die Donkervoort had toegevoegd. Bovendien kozen de eerste klanten nadrukkelijk voor de cabriolet. Want anders dan vandaag de dag, reden er nauwelijks nog cabriolets op de Europese snelwegen rond, als gevolg van strengere maatregelen in het kader van de verkeersveiligheid. ‘Het heeft de populariteit van de Donkervoort zeker vergroot’, aldus Marianne. ‘We waren een van de eerste fabrikanten die weer een cabriolet lanceerden.’
In 1983 verhuisde het echtpaar naar Loosdrecht. De bestellingen waren inmiddels gegroeid in aantal en een ruimere behuizing was gewenst. Marianne gaf haar baan in de mode definitief op om fulltime in het automobielbedrijf te gaan werken.

Audi
Tot 1993 groeide het automobielbedrijf gestaag; jaarlijks verlieten zo’n honderd Donkervoorts de werkplaats in Loosdrecht. Maar de recessie die de Nederlandse economie in 1993-’94 trof, had een grote impact op Donkervoort. Anders dan eerdere economische dips, trof deze vooral de midden- en hogere kader van het bedrijfsleven, de doelgroep van Donkervoort. Joop: ‘We zagen ruim een derde van onze orders wegvallen. Ik heb mensen moeten ontslaan. In 1995 was de recessie voorbij. We zeiden toen tegen elkaar: “dit mag nooit meer gebeuren.” Hierop zijn we onze samenwerkingsbanden met enkele producenten gaan intensiveren. Zo werken wij nu samen met Audi die de techniek levert voor de motor van de D8 150 en de D8 180.’
De samenwerking met Audi heeft Donkervoort geen windeieren gelegd. Het aantal medewerkers is weer terug op het oude niveau en de Donkervoort is populairder dan ooit. Het bedrijfsonderkomen in Nieuw-Loosdrecht is als gevolg van het succes te klein geworden. Volgend jaar opent Donkervoort de deuren van een nieuwe bedrijfsonderkomen in Lelystad, op een fraaie zichtlocatie aan de snelweg. De samenwerking is voor zowel Audi als Donkervoort profijtelijk. Joop: ‘Audi beschouwt ons als een exoot op het gebied van automobielbouw die hun imago versterkt. Wij profiteren natuurlijk van de kwaliteitsuitstraling van Audi. Onze imago’s versterken elkaar.’

Familiebedrijf
Marianne en Joop Donkervoort werken inmiddels ruim twintig jaar samen in het familiebedrijf. ‘Het is niet altijd even gemakkelijk’, erkent Marianne. ‘Maar wanneer je samenwerkt aan één doel, maakt dat veel goed.’ Joop: ‘In onze samenwerking trachten we een bepaalde afstand te bewaren. We hebben allebei ook andere interesses. Nu wonen we naast de zaak waardoor het werk altijd doorgaat. In Lelystad zal dat veranderen en zal Marianne waarschijnlijk minder gaan werken. We zijn steeds groter geworden en de dagen dat we een hecht en klein familiebedrijfje waren dat alles zelf deed, zijn voorbij. Dat is onvermijdelijk. We zijn nu veel professioneler. We hebben ook kennis, in de vorm van personeel, in huis gehaald.’

Tegenpolen
Zowel Joop als Marianne zijn het erover eens dat je een onderneming als Donkervoort samen moet starten. ‘Je kunt het niet alleen’, vindt Joop. ‘De ander moet met je mee, achter je idee staan, anders lukt het je niet.’ Twijfels heeft Marianne wel gehad. ‘We hebben geld geleend om de onderneming te starten. Ik heb me vaak afgevraagd waar we aan begonnen. Joop komt uit een ondernemersgezin, ik niet. Ik wilde graag een stukje zekerheid. Ik denk dat ik hierom wel eens een remmende factor ben geweest. Niet dat Joop zulke wilde plannen had, maar toch. In zakelijk opzicht zijn we elkaars tegenpolen.’

Donkervoort-cup
Naast het bouwen van de Donkervoort, die Joop nog steeds zelf ontwerpt, houdt het familiebedrijf zich ook met een andere tak van sport bezig: de racerij. Om tegenwicht te geven aan de bedrijfscrisis van 1993-’94, gingen Joop en Marianne autoraces organiseren met als inzet de Donkervoort Cup. Sindsdien strijdt een ruime selectie van Donkervoort-eigenaren jaarlijks op diverse Europese circuits om de cup en de eer. ‘Veel mensen willen racen’, zegt Joop, die ook zelf achter het stuur zit. ‘Het is het mooie van een Donkervoort: als je er andere banden onderzet, kun je ermee racen. En anders heb je een sportieve wagen om gewoon in te rijden. Het racen stelt ons bovendien in staat de auto steeds weer verder te ontwikkelen. Het is een perfecte combinatie.’

(Eerder gepubliceerd in FamilieBedrijf, 1999)

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *