Vijftien jaar geleden vond Frank der Kinderen het spreekwoordelijke ‘gat in de markt’. Als manager van een horecaonderneming viel hem op dat veel onderwijs-instellingen op zoek waren naar geschikte zalen voor avondonderwijs, zònder de bierdampen van het feest van de avond ervoor. Het leidde tot de oprichting van Aristo, een bedrijf dat sedert de oprichting explosief groeide. Dochters Pauly (31) en Monique (27) hebben inmiddels de dagelijkse leiding in handen, de eerste als algemeen directeur, de tweede als verantwoordelijke voor marketing en sales.

De familie Der Kinderen heeft horecabloed. Oma had een hotel in het Brabantse Best, vader en moeder Der Kinderen waren beiden werkzaam in de horeca en hun kinderen Pauly, Frank junior en Monique hielpen al op jonge leeftijd een handje mee. Toen Frank senior in 1983 aankondigde een eigen bedrijf te beginnen, was niemand echt verrast. ‘Onze vader wilde altijd al graag een eigen zaak beginnen’, vertelt Pauly (31), algemeen directeur van Aristo.
Der Kinderen senior had vastgesteld dat er niet genoeg locaties waren voor avondonderwijs. Doorgaans huurden onderwijsinstellingen zalen die een avond daarvoor nog gebruikt waren voor een trouwfeest. Dat kon anders, vond Frank en hij huurde twee lege etages in het centrum van Eindhoven. Hij maakte ze geschikt voor onderwijs en zorgde voor een bescheiden catering van broodjes en koffie.

Aristo bleek meteen na de start een goed idee. De belangstelling naar de zalen was groot, mede door de trend van Nederlandse instellingen en ondernemingen om buitenskamers te scholen en te vergaderen. Al snel kwam er een derde etage bij in Eindhoven. In 1989 werd er een nieuwe locatie geopend in Utrecht. In 1991 opende Aristo een derde vestiging in Amsterdam. In korte tijd was Aristo uitgegroeid van een klein Brabants familiebedrijf, gerund door senior en zijn echtgenote, tot een landelijk opererend bedrijf met tientallen werknemers en een uitgebreide catering in eigen beheer. Het accent lag niet meer alleen op de avonden, ook overdag zaten de zalen vol met lerende en vergaderende mensen.

Familie
Frank senior had zijn kinderen nooit gepusht om in het bedrijf te komen werken. Integendeel, hij was bang dat het samenwerken met familie slechts tot conflicten zou leiden. Toch kreeg zijn oudste dochter Pauly belangstelling. ‘Ik studeerde rechten in Amsterdam’ vertelt ze. ‘Maar ik wilde veel liever aan de slag in de nieuwe Amsterdamse vestiging. Daar ben ik als assistent-manager begonnen. Mijn vader vond het leuk maar had tegelijkertijd iets van: kom niet te dicht in mijn buurt! We lijken veel op elkaar en hij was bang dat we ruzie zouden krijgen. We zorgden voor voldoende afstand; ik zat in Amsterdam, hij in Eindhoven.’
Frank junior had al te kennen gegeven niet in de zaak te willen. Maar zijn zus Monique (27), de jongste, zag het net als Pauly wel zitten. Na een tijd in de VS te hebben gewoond, begon zij in Amsterdam op de afdeling reserveringen. In 1997 werd ze vestigingmanager in Eindhoven. Frank senior had nu twee dochters in de zaak, wat vond hij daarvan? ‘Hij wilde dat wij onderaan zouden beginnen’, vertelt Monique, ‘net als alle anderen. Hij vond het niet vanzelfsprekend dat zijn kinderen op de directeurszetel terecht zouden komen.’

Ook al begonnen de zussen als ieder andere werknemer, het lag in de lijn van ieders verwachting dat hun carrière een ander verloop zou kennen. Bij gebleken capaciteit is in het familiebedrijf de hoofdprijs nou een maal gereserveerd voor de zoon of dochter van de baas. En dat leidt vaak tot scheve blikken van collega’s. ‘Toch heb ik nooit iets gemerkt van jaloezie’, vertelt Pauly. ‘Al ligt het natuurlijk aan je instelling. Als je gewoon je werk doet en inzet toont, waarderen je collega’s je om wie je bent. Voor het management lag het feit dat ik de dochter van de oprichter ben, wel wat gevoeliger.’ Monique: ‘Mijn vader sprak ook gemakkelijker met ons dan met managers. Dat is logisch: we zijn nou eenmaal familie. Ik kan me goed voorstellen dat sommigen zich wel eens gepasseerd voelden. Anderzijds werden wij meer op onze vingers bekeken en moesten we alles beter doen.’

De overdracht
In 1994 ging Pauly terug naar Eindhoven en werd zij directie-assistente van de holding, kort erop directeur vestigingen. Nu had zij wel dagelijks met haar vader te maken. ‘De ruzies vielen mee’, lacht ze. ‘Mijn vader heeft me goed begeleid en voortdurend gekeken of ik wel geschikt was. Want voor hem hoefde zijn opvolger geen kind te zijn. Ik heb dat niet als druk ervaren. Het is toch zijn bedrijf?!’ Monique: ‘We kennen hem. Pa keek heel zakelijk: als we het niet zouden willen of kunnen, had hij een ander genomen.’
In 1995 kwam voor het eerst de opvolging ter sprake. Hoewel senior nog maar net vijftig was, wilde hij toch de zaak uit. Monique: ‘Mijn vader is een doener, wil ondernemen, creëren, liefst snel. De almaar toenemende regelgeving ging hem steeds meer tegenstaan. Hij had er gewoon geen zin meer in. Hij wist bovendien dat er iemand was die de zaak over wilde nemen en kon nemen. Maar hij heeft het ook voor ons gedaan. Hij zei: jullie zijn nog jong en kunnen er nu van genieten!’
Per 1 januari 1997 werd Pauly algemeen directeur en werd het bedrijf eigendom van de drie kinderen. De onderneming telde inmiddels meer dan zeventig werknemers, 110 zalen in drie vestigingen. ‘De groei heeft de organisatie van Aristo volledig veranderd. Mijn vader vond het besturen van Aristo nieuwe stijl niet leuk meer. Dat was ook een van de redenen dat hij stopte.’ Een teken van goed ondernemerschap vindt Pauly. ‘Hij zag in dat Aristo anders bestuurd diende te worden en heeft de zaak overgedragen. Ik heb een organisatieadviseur in de arm genomen en de organisatie gestructureerd.’

Samenwerken
Der Kinderen senior droeg zijn zaak met een gerust hart over aan zijn dochters. Toch ging het daadwerkelijke loslaten hem wat minder makkelijk af. Monique: ‘In het begin zat hij hier nog iedere dag. Nu komt hij nog slechts een half uurtje langs, twee keer in de week.’ Senior volgt de financiële gang van Aristo nauwlettend. Hoe groot is zijn zeggenschap nog? Pauly: ‘Voor ons is hij een klankbord. Hij heeft een groot zakelijk inzicht en jarenlange ervaring. Dat is prettig. Maar het betekent niet dat hij de knopen doorhakt. Soms is hij het niet eens met een beslissing die wij nemen en windt hij zich vreselijk op. Dan laten wij hem rustig uitrazen. Soms heeft hij gelijk, soms niet. Als we vinden dat hij ongelijk heeft, houden we voet bij stuk. Maar, hij vindt het fantastisch dat wij Aristo hebben overgenomen. Hoewel hij vrij conservatief is, heeft hij altijd gezegd: “zorg goed voor jezelf en zorg dat je niet afhankelijk wordt van een ander!” En wij zijn trots op de zaak die hij heeft opgezet.’
Hoe werken de zussen eigenlijk samen? Wat hun uiterlijk betreft, zijn ze totaal verschillend. ‘Dat geldt ook voor onze karakters’, vertellen ze. ‘Gelukkig houden we ons met heel verschillende zaken bezig, ik met relatiebeheer, Pauly met algemeen bestuur. We zijn het meestal met elkaar eens, een uitzondering daargelaten.’ Pauly: ‘Dat zou anders zijn wanneer we allebei hetzelfde zouden doen. Ik geloof niet in twee kapiteins op een schip.’ Maar wat als vier jaar jongere Monique ook directeur wil worden? ‘Monique ambieert deze functie niet’, zegt Pauly. ‘Ik ben marketing/salesmanager’, vult Monique aan, ‘maar dat is alleen een etiket. We overleggen alles met elkaar. Nee, ik kijk niet naar Pauly met het idee: “jij hebt mijn baan….”.’
Zusters en vrouwen in zaken, hoe reageert de zakelijke omgeving op hen? ‘Heel wisselend’, zegt Pauly. ‘Ik merk dat oudere mannen het soms wat lastig vinden om met een vrouw zaken te doen. Maar vanuit het familiebedrijf wordt het gemakkelijker geaccepteerd al houd je altijd mensen die je niet voor vol aanzien omdat je vrouw bent of dochter van de baas. Je moet groeien in je rol, vertrouwen winnen. Dat gebeurt wanneer je weet waarover je praat.’ Pauly heeft zich aangesloten bij een Brabantse ondernemersvereniging van vrouwelijke ondernemers. Is een netwerk belangrijk? ‘Ik wil graag in contact komen met vrouwelijke ondernemers om te horen hoe zij bepaalde zaken aanpakken’, zegt ze. ‘Er zijn trouwens nog steeds sociëteiten waar vrouwen geen lid mogen worden!’

Kwaliteit
Pauly en Monique der Kinderen zien de toekomst rooskleurig tegemoet ondanks de groeiende concurrentie. Want ook de Valken, Postiljons en Hotels van Oranje hebben zich op de zalenmarkt geworpen. Het antwoord van de zussen is duidelijk. ‘We zijn een van de weinige bedrijven met meerdere vestigingen die op heel strategische punten liggen. We garanderen eenzelfde kwaliteit in elke vestiging. Iemand die in Utrecht een zaal heeft gehuurd, moet Amsterdam ongezien kunnen boeken. Onze naamsbekendheid is erg groot, mede dankzij de grote free publicity door onze cursisten. En bovendien, voor de hotelbranche is zalenverhuur bijzaak, voor ons hoofdzaak!’

(Eerder gepubliceerd in FamilieBedrijf)

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *