Er zullen maar weinig bedrijven zijn die kunnen zeggen: ‘wij vieren dit jaar ons 450-jarig bestaan’. Touwbedrijf G. van der Lee mag het dit jaar hardop zeggen. Natuurlijk is er door de eeuwen heen veel veranderd. Misschien is de meest revolutionaire verandering wel het feit dat na twaalf generaties Van der Lee, nu een externe directeur de leiding heeft. Toch was er een opvolger. Maar Gijs van der Lee ging liever zijn eigen weg.

Dit verhaal verscheen in 1995.

In 1545 zag Jan Pietersz. van de Lee het eerste licht. Het tweede wat deze jongeling zag, was touw, want ook zijn voorvaderen zaten volgens de overlevering al in het touw. Met de geboorte van deze zoon, die een heldenrol speelde tijdens de belegering van Oudewater door de Spanjaarden, begint officieel de jaartelling van Touwfabriek G. van der Lee BV. De lengte van jaren maakt de onderneming uniek. Het touwbedrijf zelf is inmiddels ook een unicum in Nederland; het ambacht is zo goed als uitgestorven. Touwfabriek G. van der Lee heeft welgeteld één concurrent. 

Lucratief

Dat was vroeger anders. In de zestiende eeuw was het vervaardigen van touw een belangrijke bezigheid, en bovendien een lucratieve. Oudewater was een belangrijk centrum van de touwindustrie. De eigenaars van de lijnbanen, waar het touw werd gemaakt, behoorden tot de meest gegoede burgers van het kleine stadje. Het stadsbestuur pikte ook een graantje mee door de stadswallen of loopwallen als lijnbaan te verhuren. 

De 450-jarige geschiedenis van de Van der Lee’s toont een aantal opmerkelijke constanten. Zo staat de touwfabriek al sinds jaar en dag in Oudewater. Verder zijn er altijd zonen of neven geweest die de zaak van hun vader erfden. En die zonen deden op hun beurt weer wat hun vaders deden: vrijwel alle Van der Lee’s combineerden hun werk in de touwfabriek met een bestuursambt. Zij waren schout, schepen, raadslid of burgervader van Oudewater. 

Acht generaties lang ging het roten, braken, schillen, hekelen, spinnen en slaan van touw op dezelfde manier.

Eeuwenlang veranderde er nagenoeg niets. Acht generaties lang ging het roten, braken, schillen, hekelen, spinnen en slaan van touw op dezelfde ambachtelijke manier. Tot Gijsbert van der Lee in 1880 de stoommachine in het bedrijf introduceerde en de garens voortaan machinaal liet spinnen. Dat was wijs ondernemerschap; Van der Lee nam hiermee een ruime voorsprong op zijn concurrenten. De stoommachine bracht bovendien schaalvergroting. Van der Lee opende daarom ook een verkoopkantoor in Amsterdam en liet er een 350 meter lange lijnbaan bouwen. Nog steeds wordt deze lijnbaan gebruikt.

Onnatuurlijk

Anno 1995 ziet de wereld van de touwslagers er weer heel anders uit. Elektriciteit verving de stoomkracht en synthetische garens vervingen de kunstvezels. Maar voor het familiebedrijf uit Oudewater is de grootste verandering een bestuurlijke. In 1984 werd Bernhard de Wit directeur, de eerste buitenstaander. Na twaalf generaties brak de familie met de gewoonte uit eigen kring te recruteren. Elfmaal volgde een zoon zijn vader op, éénmaal week de familie uit naar een neef. Maar altijd stond een Van der Lee aan het roer. 

Toch was er ook in 1984 een zoon, Gijs van der Lee, maar toen zijn vader Wim van der Lee in 1983 overleed, was hij nog te jong om hem op te volgen. Maar, vertelt hij, hij had het sowieso niet gedaan. En zijn vader vond dat prima. “Ik heb het altijd iets onnatuurlijks gevonden dat het zoontje van de baas per se zijn vader moet opvolgen”, vertelt Gijs van der Lee. “Ik heb altijd sterk het gevoel gehad van: ik ga gewoon zelf de wijde wereld in en zie wel wat ik ervan bak. Mijn vader heeft mij nooit gepushed. Ook hij vond die vanzelfsprekendheid hem op te volgen iets onnatuurlijks hebben. Mijn vader was een manager die heel afstandelijk processen kon bekijken en besturen. Maar anderzijds… ik zeg wel eens voor de grap: ik hoop niet dat er een hiernamaals is want dan staat mijn opa mij op te wachten. Hij had tranen in zijn ogen toen er eindelijk een kleinzoon, een opvolger, werd geboren. Mijn vader heeft dat nooit gehad.” 

“Als er geen opvolger is, is het maar de vraag wat de aandeelhouders gaan doen”

Nog in hetzelfde jaar van zijn benoeming overleed de opvolger van Wim van der Lee, J. Knol. De benoeming van Bernhard de Wit raakte hierdoor in een stroomversnelling. De Wit wist zeker dat hij de aanstelling zou krijgen. Maar spannend was het toch. De Wit: “Als er geen opvolger is, is het maar de vraag wat de aandeelhouders gaan doen. Zij kunnen zeggen: laat maar zitten, het is niet meer interessant voor ons. Of de aandelen komen door vererving bij een generatie die liever geld wil. Beide zaken zijn hier gelukkig niet aan de orde geweest.”

Betrokkenheid

Na het overlijden van Wim van der Lee veranderde de structuur van het bedrijf. Er kwam een holding waaronder alle activiteiten van het familiebedrijf resorteren: Gebroeders Roskam BV, Verkoopkantoor Van der Lee, Den Haan BV en Touwfabriek G. van der Lee BV. “Wim van der Lee had zijn zaken goed geregeld”, vertelt De Wit. “Hij heeft zijn kinderen, Gijs en Saskia, en zijn neef Wim door middel van commissariaten verbonden aan de werkmaatschappijen. Het was de taak van de president-commissaris J.J. Breen hen op te leiden want ze waren nog jong, ongeveer 25, 35 jaar oud. De betrokkenheid, de familiehistorie en de directe contacten met de mensen in de werkmaatschappijen bleken een goede formule.”

Sinds twee jaar is Gijs van der Lee president-commissaris. Samen met zijn zus en een neef vormt hij de raad van commissarissen. Spijt dat hij niet voor de opvolging heeft gekozen, heeft Van der Lee junior niet. En hij weet ook zeker dat hij nooit als verloren zoon zal terugkeren naar Oudewater. “Ik heb bemoeienis via het commissariaat en die is redelijk intensief. We zijn met de familie nog steeds betrokken bij het bedrijf en vergaderen maandelijks. Ik vind deze betrokkenheid prima en doe het graag.” Van de Lee is nu zelfs wekelijks in Oudewater te vinden. Hij ondersteunt het certificeringsproces ISO 9002 van de touwfabriek.

Laconiek

Gijs van der Lee ligt niet wakker van de gedachte dat de aandelen van het jubilerende familiebedrijf zozeer versnipperd raken, dat de onderneming uit de familie gaat. Laconiek zegt hij: “Dat zit er toch wel in want ik heb geen kinderen en mijn zus ook niet. Dus het zal op een gegeven moment aflopen.”

Een management buy-out door de De Wit is nooit aan de orde geweest. Ook nu overweegt de directeur dat niet. Maar van wie is de onderneming nu, gevoelsmatig, na tien jaar onder zijn leiding te staan? “Het is mijn bedrijf geworden”, zegt De Wit. “Dat heeft ook te maken met het karakter van het bedrijf. Er is altijd een hele nauwe band geweest tussen bedrijf en familie.”

“Het is een tijdloos ambacht”

Hoewel de moderne touwfabriek is gespecialiseerd in het maken van kernen voor staalkabels, rekkers voor zware sleepverbindingen en het importeren van standaard touw, is de vierde specialiteit De Wit en Van der Lee het dierbaarst. “We maken nog steeds touw op de oude ambachtelijke wijze. Onze 350 meter lange lijnbaan is de enige in Europa die nog in gebruik is. Onlangs vlochten wij de touwen voor een replica van een VOC schip. Het is een tijdloos ambacht.”

Dit verhaal verscheen in 1995 in het magazine Familiebedrijf. Interview en tekst: Florine Koning. Anno 2020 bestaat Touwfabriek G. van der Lee (sinds 1545) nog steeds. In 1995 verscheen een jubileumboek, en uitgave van Verhoog & Warmerdam.

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *