Aeroprint/J.K. Smit & Zonen: Laat het familiebedrijf niet de toekomst bepalen

Ruud Koerts van de Verenigde Drukkerijen Aeroprint/J.K. Smit & Zonen heeft genoeg jammerverhalen gehoord en rampscenario’s gelezen om zijn opvolging goed te regelen. Goed betekent: op tijd. Om zijn zoons klaar te stomen, heeft hij een parcours uitgezet. Erwin neemt de eerste hindernissen bij Rotor Offsetdruk bv, een bedrijf dat senior onder meer voor deze gelegenheid overnam.

In het oude dorp Ouderkerk aan de Amstel, aan de rand van de polder, liggen de Verenigde Drukkerijen Aeroprint/J.K. Smit & Zonen. De eigenaar, Ruud Koerts, viert dit jaar een feestje. Zijn onderneming bestaat dertig jaar. Hoewel hij zelf nog jaren verder wil, is hij al druk bezig met de overname. Zijn zoons Erwin (25) en Michael (22) zullen hem gaan opvolgen, dat wil zeggen: als alles goed gaat. Want Koel’ts senior houdt er een nuchtere kijk op na. Als zijn zoons niet willen, hoeven ze niet. Maar ook: als ze niet kunnen, mogen ze niet. Vanwaar die nuchterheid? Ruud Koerts: ‘Aeroprint is door mijn vader en mij opgericht. Ik ben dus in het bedrijf gegroeid terwijl mijn zoons Erwin en Michael in een bestaand bedrijf stappen waar inmiddels zeventig mensen werken. Dat is een hele verantwoordelijkheid.’

J.K. Smit & Zonen
De vader van de huidige directeur-eigenaar was directeur van drukkerij J.K. Smit & Zonen in Amsterdam. ‘Op een dag kwam er iemand naar hem toe met het idee op Schiphol-Oost een drukkerij te beginnen. Mijn vader had een goede baan bij Smit, hij had er zelf geen tijd voor. Hoewel ik niets had met de grafische sector, al was ik natuurlijk wel “met het grafisch bloed besmet’; ben ik dertig jaar geleden begonnen met Aeroprint. Ik was toen 21 jaar. Mijn vader bleef gewoon directeur bij J.K. Smit & Zonen, dat werd getolereerd. Aeroprint ontwikkelde zich razendsnel. We begonnen met een Gestettner Offsetmachine, na twee maanden schaften we nummer twee aan en vijf maanden later kwam nummer drie!’

De florissante gang van zaken – vader en zoon Koerts hadden weinig hinder van de economische crisis die Nederland in zijn greep hield -leidde al snel tot een verhuizing. In 1977 verruilde Aeroprint de luchthaven voor het landelijke Ouderkerk aan de Amstel. Vier jaar later namen vader en zoon Koerts de Amsterdamse drukkerij J.K. Smit over. Ruud Koerts: ‘Na vijftig jaar in loondienst te zijn geweest bij Smit, werd mijn vader op 65-jarige leeftijd, samen met mij, eigenaar. We wilden de namen van beide bedrijven behouden. Toen Smit in 1984 naar Ouderkerk verhuisde, hebben we de naam veranderd in De Verenigde Drukkerijen Aeroprint/J.K. Smit & Zonen.’

Gesmeerd
Hoewel Koerts zijn zoons Michael en Erwin niet tot opvolging dwingt (‘het is hun keuze’), heeft hij wel een zijns inziens ideaal pad uitgestippeld voor een goedgesmeerde overname. Opvallend in dit parcours is de overname van de Amsterdamse offsetdrukkerij Rotor BV, zo’n drie jaar geleden. Voor zijn zoons, wordt gezegd. ‘In zekere zin klopt dat wel,’ erkent Koerts, ‘maar ik had natuurlijk ook een andere reden. Rotor is een mooi bedrijf waar twaalf mensen werken en het was nou eenmaal te koop. Toen Erwin in het laatste jaar van de grafische MTS zat, vroeg ik hem naar zijn toekomstplannen. Hij wilde klein beginnen. Het is echter heel moeilijk, zeker in de grafische sector, om de zoon van de werkgever bij iemand anders in de zaak te zetten. Toen heb ik Rotor overgenomen. Erwin is daar nu in dienst. Hij leert er het vak in de breedte. Een brede opleiding elders, met begeleiding van elders en inzichten van elders, vind ik heel belangrijk.’

Testcase
Zoon Erwin werkt nu als technisch-commercieel medewerker voor Rotor. Om het vak te leren. Want, zegt pa, het is niet vanzelfsprekend dat de Verenigde Drukkerijen zijn eindstation zal zijn. Eerst moeten Erwin en later Michael hem overtuigen van hun kunnen. ‘Daar ben ik heel nuchter in,’ legt Koerts uit, ‘mijn zoons moeten bewijzen dat ze capabel zijn. Blijkt dat het niet zo is, zal ik een andere oplossing moeten vinden.’ Zo, die zit. Die nuchterheid van pa weegt vast zwaar op de schouders van Erwin? ‘Het valt wel mee hoor,’ zegt deze luchtig. ‘Ik moet gewoon nog veel leren. Daarom maak ik mij nu de basis meester, volg verschillende cursussen zoals management en marketing. Het komt wel goed, daar twijfel ik niet aan,’ besluit de jonge Koerts vastberaden. ‘Over twee jaar zal ik naar de Verenigde Drukkerijen gaan en zal Michael mij opvolgen bij Rotor.’

Huiswerk
Koerts wil over een paar jaar aan de afbouw beginnen. Erwin en zijn broer Michael moeten tegen die tijd voldoende ballast hebben om in zijn voetsporen te treden. Erwin kijkt ernaar uit om samen met zijn broer te gaan werken. ‘Je kent elkaar door en door, dat is plezierig.’ Volgens de planning zal ook Michael ervaring opdoen bij Rotor. ‘We zijn met ons drieën met vakantie geweest’ vertelt senior. ‘We hebben drie avonden aaneen zitten brainstormen over de toekomst. Ik wil dat ieder een deelgebied kiest. Ik heb Erwin en Michael de opdracht gegeven om eens op papier te zetten wat zij denken dat hun vakgebied inhoudt, wat hun verantwoordelijkheden zullen zijn. Binnenkort moeten ze hun “huiswerk” inleveren en gaan we weer rond de tafel zitten.’

Met zo’n vast plan, hebben zijn zoons wel kunnen kiezen? ‘Jazeker,’ benadrukt Koerts. ‘Het is een kwestie van willen. Ik ken verhalen van zoons die in het bedrijf moesten want het familiebedrijf was zo belangrijk! Ik heb hele droeve toestanden gezien; ondernemingen die naar de knoppen gingen terwijl het schitterende bedrijven waren. Er werd maar aan één ding gedacht: het voortzetten van het familiebedrijf.

Of de kinderen het wilden of überhaupt konden, deed er niet toe. Men dacht: “Dat hoeft niet, de kinderen vererven het wel en pa blijft er nog een tijdje bij … ” Ik heb over al die dingen zitten nadenken en geconcludeerd: dat zal mij nooit overkomen! Want wie is uiteindelijk de dupe? Pa. Die ziet datgene wat hij jarenlang heeft opgebouwd in rook opgaan. En de kinderen zijn niet gelukkig met wat ze doen en zullen dat ook niet worden. Logisch, ze wilden de zaak helemaal niet in! En ten slotte – dat vind ik het belangrijkst – worden de medewerkers de dupe van een verkeerde beslissing van de eigenaar. Ik roep al jaren: dat mag niet gebeuren!’

Niet nadenken
En gelijk heeft Koerts. Nog steeds wordt te weinig nagedacht over de onvermijdelijke overname en vooral over de persoon die dat moet gaan doen. De overname wordt nog te veel op zijn beloop gelaten. Een onderzoek van de Erasmus Universiteit in Rotterdam bevestigde dit onlangs nog eens. De belangrijkste wetenswaardigheden: de overgrote meerderheid van familiebedrijven wil alle aandelen in handen van de familie houden, niet meer dan een kwart heeft de opvolging geregeld, en de bedrijven reserveren slechts twee jaar voor het aanwijzen en inwerken van een opvolger. Koerts kent de verhalen allemaal. ‘Als er niets is geregeld en pa komt onverwacht te overlijden, erven de kinderen. In de meest gunstige situatie werken er een of twee zoons in het bedrijf die het kunnen overnemen al moeten ze wel op dat moment afrekenen met de fiscus. Maar het komt ook vaak voor dat een zoon of dochter in de zaak zit en de overige kinderen niet. Tja, en die willen centjes zien. Nou daar heb ik ook dingen van meegemaakt dat ik dacht: in godsnaam niet!’

Lering
Nee, Koerts senior heeft zijn zaakjes grondig voorbereid. Hij heeft lering getrokken uit hetgeen hij bij collega’s zag gebeuren. Bovendien leerde hij van de wijze waarop hij zelf de zaak van zijn vader overnam. Hoewel hij altijd plezierig met hem samenwerkte, had senior moeite met zijn afscheid. Toen hij 74 jaar was, een leeftijd waarop veel ondernemers, zélfs ondernemers, graag achter de geraniums zitten, nam hij met veel pijn en moeite afscheid van zijn bedrijf. Toen pas.

Zoon Ruud kocht de overige aandelen en mocht zich directeur-grootaandeelhouder noemen. Zelf wil Koerts het eerder voor gezien houden. ‘Jongeren hebben een ander inzicht in zaken, dat accepteer ik. Je moet ze ook een kans geven, het voordeel van de twijfel gunnen. Op een gegeven moment moet je stoppen, eenvoudigweg omdat je de snelheid waarmee technische ontwikkelingen zich voltrekken niet meer kunt bijbenen. Je moet je er niet tegen verzetten maar toegeven dat je je beste tijd hebt gehad en het nu tijd is voor de jonge generatie. Mijn vader vond het uiteindelijk heerlijk om verlost te zijn van de dagelijkse zorgen.’

(Verschenen in Het Grafisch Weekblad, 1997)

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *