Schefferdrukkerij: Het zoontje van de baas wordt directeur

Schefferdrukkerij is het bedrijf van vader en zoon Gransbergen. In 1989 nam Gransbergen senior de zaak over van de oorspronkelijke eigenaar. Recentelijk introduceerde hij zijn 29-jarige zoon Tom in de zaak, en wel als directeur.

Maar al te vaak leidt de komst van zoonlief in het familiebedrijf tot de nodige problemen. Het zogenaamde Jordi Cruyffsyndroom zal menig zoon bekend zijn: keihard werken om te voldoen aan de torenhoge verwachtingen van pa en personeel om desondanks ‘het zoontje van’ te blijven. Maar de Dordtse drukkers brengen goed nieuws. Dat zit ‘m onder meer in een gedegen voorbereiding, vertellen zij.

Veruit de meeste bedrijven in het Nederlandse midden- en kleinbedrijf zijn familiebedrijven, ook de grafische sector is ervan vergeven. Ondanks hun numerieke overwicht in het bedrijfsleven, staan veel familiebedrijven niet of nauwelijks stil bij de extra dimensie die de samenwerking met de familieleden aan de zaak toevoegt. Emoties bijvoorbeeld. Niet zelden vertroebelen deze het zakelijk inzicht. Neem alleen al de komst van een zoon of dochter in de zaak. De vader eist meer van zoonlief dan van de andere werknemers om te tonen dat hij hem niet voortrekt. Alle inspanningen en goede bedoelingen van junior ten spijt, volgens het personeel dankt de zoon zijn plek aan pa. En wat te doen als er meerdere opvolgers zijn, of slechts één maar met onvoldoende capaciteiten, of helemaal geen?

Een uitgebluste zaak
Frank Gransbergen is 45 jaar wanneer hij in 1981 als directeur wordt binnengehaald in de Schefferdrukkerij in Dordrecht. Het is een oud familiebedrijf dat dateert uit 1915 en door de eigenaar, de familie Van der Lint, is vernoemd naar de Dordtse kunstschilder Scheffer. De drukkerij telt in 1981 tien man personeel. De Schefferdrukkerij maakt een uitgebluste indruk op Gransbergen. Dat dit geenszins uniek is bij oudere familiebedrijven, blijkt uit de uitlatingen die Rabobank Nederland vorig jaar deed. De bank constateerde dat veel familiebedrijven aftakelen bij gebrek aan een geschikte opvolger, ook al hebben ze een goed product. Kijk eens buiten de familie, luidt het advies van de bank, en aan mensen die ondernemer willen worden adviseert de bank: zoek een familiebedrijf dat om een opvolger verlegen zit in plaats van een nieuw bedrijf te starten.

Interesse
Frank Gransbergen vindt het ondernemerschap een uitdaging en meent dat de Schefferdrukkerij voldoende potentie heeft om te gaan bloeien. In 1989 kan hij de zaak overnemen, een kans die hij met beide handen aangrijpt. “Maar ik zei toen al: in het jaar 2000 ben ik 65, dan verkoop ik de zaak!” Dat zijn zoon hem zou opvolgen, was een mogelijkheid waar hij toen niet bij had stil gestaan. “Van mij hoefde geen van mijn kinderen per se in de zaak, het maakte mij eerlijk gezegd helemaal niets uit”, vertelt Gransbergen senior. Zoon Tom: “Maar ik herinner mij dat je het toch wel erg leuk zou vinden als ik naar de grafische school zou gaan, je bent zelfs nog gaan praten met de directem omdat ik een vak niet had!” “Maar”, zegt Tom, “mijn vader heeft mij nóóit gedwongen om in de zaak te komen. Ik ben mijn eigen weg gegaan en vond het uiteindelijk toch een hele grote uitdaging een eigen bedrijf te gaan leiden.” Problemen met zijn broer en zus had hij niet. “Die toonden geen enkele interesse in de grafische sector”, vertelt Tom die het soms wel jammer vindt dat er hierdoor thuis weinig over de zaak wordt gesproken.” Senior daarentegen vindt het juist plezierig: “Dan krijg je ook geen problemen als: zou je het niet beter zus of zo doen?”

Niet de bedoeling!
Het lag aanvankelijk dus niet in de lijn der verwachting dat zoon Tom zijn vader zou opvolgen. Deze werkte na de grafische school zes jaar voor een reclamebureau, net als zijn vader die ook uit de reclamewereld kwam. Waarom ging hij niet meteen voor zijn vader werken? Tom: “Ik had daar helemaal geen zin in.” Zijn vader, terugkijkend: “Het is goed dat iemand elders werkervaring opdoet. Als je meteen het familiebedrijf ingaat, loop je met oogkleppen op te werken, je blik is gewoon te eng. Wanneer je in een andere omgeving hebt gewerkt, weet je meer.”

De banden tussen vader, drukker en zoon, reclameman, zijn dan al nauw. De Schefferdrukkerij is namelijk een goede klant van Tom. Het personeel ziet de zoon vaak in de zaak, niet als zoontje van de baas maar als zakenrelatie. Inmiddels is Gransbergen senior bezig met zijn opvolging. Wie zal het worden, vraagt hij zich af. Iemand van buiten het bedrijf of zoon Tom? Zijn voorkeur gaat uit naar Tom. Net als zijn vader ziet deze een eigen bedrijf als een grote uitdaging. Maar bij de uiteindelijke beslissing gaan zij niet over één nacht ijs.

Klankbord
Het lijkt alsof de aanloop naar de overname door junior de familie niet lang genoeg kan zijn, want de gesprekken beginnen al drie jaar voor de uiteindelijke opvolging. Maar misschien is een gedegen voorbereiding wel een voorwaarde voor een geslaagde overname. De verhalen dat vader pas een jaar voor uittreding zijn opvolging gaat regelen, zijn immers niet te tellen. Vader Frank gaat te rade bij een onafhankelijke adviseur. “Een perfect klankbord”, vindt Gransbergen. “Een adviseur kijkt met enige afstand naar de onderneming en de familie en zoekt een evenwicht.”

De adviseur, Jaap Groen, voert lange gesprekken met Tom. Tot in de puntjes bespreken zij de gang van zaken. Aan financiële en fiscale aspecten wordt niet voorbij gegaan. Na vele besprekingen schuift ook Gransbergen senior aan de vergadertafel aan. Besloten wordt dat junior meteen bij binnenkomst directeur zal worden van de vennootschap. Vader, zoon, een fiscalist, een accountant en adviseur Groen hebben samen het scenario tot 2000 geschreven en de notaris legde het vast. Voortdurend is de continuïteit van de Schefferdrukkerij de leidraad geweest. Gransbergen senior: “Er werken hier inmiddels 25 mensen, 25 gezinnen zijn van de zaak afhankelijk.”

Jammer
Tom kwam dus binnen als directeur, wat vonden de werknemers daarvan? Senior: “Ze accepteerden het. Ze zagen hem niet als het zoontje van de baas dat directeurtje ging spelen.” Junior: “Ze kenden mij al als zakenrelatie. Bovendien kreeg ik ook een echte taak, namelijk de verkoop. Je ziet toch vaak dat een vader zijn zoon als directeur aanstelt maar zelf al het werk blijft doen. Dan word je natuurlijk niet serieus genomen? Vader: “Ik heb Tom volledig de vrije hand gegeven.” Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Is het in de praktijk van alle dag niet moeilijk om zijn zoon, die er misschien wel een hele andere manier van verkopen op na houdt, bezig te zien? Gransbergen senior zegt vol vanzelfsprekendheid: “Welnee, ik ben te oud om de verkoop te doen. Mijn zoon zit met mensen van zijn leeftijd aan tafel, dan kun je ook veel beter verkopen omdat je over dezelfde zaken praat. Jammer vind ik het wel, maar het móet.”

De hoofdmoot van zijn werkzaamheden bestaat nu uit de nieuwbouw. Volgend jaar zal de Schefferdrukkerij het historisch pand in hartje Dordrecht verlaten. Door zijn groei is het bedrijf uit zijn jasje gegroeid. Senior vindt de verhuizing jammer. “Dit pand straalt zoveel warmte uit, het is toch een visitekaartje.” Zijn zoon kijkt verwachtingsvol naar het nieuwe pand. “We zullen veel meer ruimte hebben en klanten zullen ons beslist weten te vinden in een nieuw en ruim pand aan de rand van Dordrecht!”

Feyenoord
Wat opvalt is de vriendschappelijke wijze waarop vader en zoon met elkaar omgaan. Tom tutoyeert zijn vader en noemt hem bij de voornaam. Zij delen hun liefde voor Feyenoord, waarvan zij subsponsor zijn, en ze zijn beiden teamplayers. Tom: “We komen allebei uit de reclamewereld, daar moet je goed in teams kunnen werken.” Toch is voor de werknemers senior ‘mijnheer’ en junior ‘Tom: Dat komt door het leeftijdsverschil, denken zij. In tegenstelling tot wat men denken zou, is Tom een strengere baas dan mijnheer Gransbergen. Senior houdt van improviseren, typeert zijn bedrijfsvoering als ‘fingerspitzengefühl’. Tom doet het anders: “Ik laat alles op papier zetten. Men ervaart de bedrijfsleiding dan ook strakker sinds ik er ben.” Toch heeft volgens Tom het personeel hier geen grote problemen mee. “Ik denk dat dit komt omdat mijn vader meteen als directeur is binnengekomen en de zaak onder zijn leiding sterk is gegroeid. Als buitenstaander heeft hij respect afgedwongen. Die werknemers van toen werken nu nog hier. Er is gewoon veel vertrouwen, dat geven ze mij ook.”

Gransbergen junior ziet de toekomst dan ook vol vertrouwen tegemoet. Hoewel hij het jammer vindt dat zoveel drukkerijen tot een groep gaan behoren, vreest hij niet voor de zelfstandigheid van de Schefferdrukkerij. “We blijven natuurlijk een kwetsbaar bedrijf door de hoge investeringen die we moeten doen. Maar als we blijven doen waar we sterk in zijn, zullen we blijven bestaan. Groepsvorming gaat vaak ten koste van de bedrijfscultuur.” En die staat in Dordrecht geheel in het teken van de klantgerichtheid. Dat dit wordt gewaardeerd, bewijst de uitslag van een jaarlijks onderzoek door het tijdschrift Reclame Week. Al drie jaar achtereen eindigde het Dordtse familiebedrijf in de top tien! “Een prachtige erkenning”, vinden vader en zoon Gransbergen.

(Verschenen in Het Grafisch Weekblad, 1997)

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *